Seizoenenluik

Seizoenenluik

Een 4-luik bestaat uit 4 schilderijen die bij elkaar horen. Je gaat nu een seizoenenluik maken. Voor elk seizoen een eigen schilderij. Het belangrijkste van deze opdracht zijn de kleuren die je gebruikt. Want elk seizoen heeft zijn eigen belangrijke kleuren.

Wat heb je nodig?

  • 4 velletjes A4 van 100 gram
  • plakkaatverf in alle kleuren
  • penseel
  • kwast
  • tijdschriften
  • lijm
  • schaar
  • 4 vellen gekleurd A4 papier
  • stanleymes
  • snijplank
  • lineaal

 

1

 

 

 

 

 

Welke 4 seizoenen heb je in een jaar?

a) ...........................................

b) ...........................................

c) ...........................................

d) ..........................................

 

O

 

 

 

 

 

2

 

 

 

 

Welke drie kleuren vind je bij de winter horen?

a) ...........................................

b) ...........................................

c) ...........................................

 

O

 

 

 

 

3

 

 

 

 

Welke drie kleuren vind je bij de lente horen?

a) ...........................................

b) ...........................................

c) ...........................................

 

O

 

 

 

 

4

 

 

 

 

Welke drie kleuren vind je bij de zomer horen?

a) ...........................................

b) ...........................................

c) ...........................................

 

O

 

 

 

 

5

 

 

 

 

Welke drie kleuren vind je bij de herfst horen?

a) ...........................................

b) ...........................................

c) ...........................................

 

O

 

 

 

 

  Controle
- Heb je bij elk seizoen andere kleuren staan?
O

-

 

Vind jij deze kleuren echt bij het seizoen horen?

 

O

 

6

 

 

Begin één velletje A4 te beschilderen met de drie kleuren van de winter. Het hele velletje moet bedekt worden met verf. Je mag de kleuren altijd lichter maken met wit. Meer kleuren dan de drie die je hierboven hebt beschreven mag je niet gebruiken.

 

O

 

 

Laat zien wat je gedaan hebt.

********************************************************************************

 

7

 

Verf nu de andere drie seizoenen. Per velletje papier één seizoen. Let goed op de kleuren die je hierboven hebt opgeschreven. De verf lichter maken met wit mag altijd.

 

O

 

  Controle
- Zij alle 4 de velletjes volledig beschilderd?
O
- Heeft elk seizoen precies de kleuren gekregen die je van te voren hebt opgeschreven?
O

Laat zien wat je gedaan hebt.

********************************************************************************

8

 

 

Nu ga je in een tijdschrift plaatjes zoeken die dezelfde kleuren hebben als je winterschilderij. Het mag van alles zijn. Van teddyberen tot auto's tot bloemen tot schoenen. Kijk maar goed. Knip minimaal 4 plaatjes uit die dezelfde kleuren als je schilderij hebben.

 

O

 

 

  Controle
- Heb je de plaatjes netjes uitgeknipt?
O

-

 

Komen er in je plaatje bijna geen andere kleuren voor?

 

O

 

Laat zien wat je gedaan hebt.

********************************************************************************

 

9

 

Plak de plaatjes nu op je winterschilderij.

 

O

 

10

 

Zoek nu plaatjes voor je lenteschilderij. Knip ze op dezelfde manier uit als bij je winterschilderij. En plak ze op.

 

O

 

11

 

Zoek nu ook voor de zomer en de herfst plaatjes op en plak ze op.

 

O

 

12

 

Nu ga je beginnen met het maken van lijsten om je schilderijen heen. Dit heet met een moeilijk woord passe-partout. Pak 4 vellen gekleurd papier. De 4 vellen moeten allemaal dezelfde kleur hebben. Kijk dus goed welke kleur jij bij je schilderijen vindt passen.

 

O

 

13

 

Trek een lijn over de lengte van het papier. Deze lijn staat 2 cm. van de kant af.

 

 

O

 

14

 

Trek nu ook een lijn aan de korte kant van het papier op 2cm van de kant.

 

 

O

 

15

 

Doe aan de andere zijkant en onderkant hetzelfde. Ook weer 2 cm. van de kant af.

 

 

O

 

Laat zien wat je gedaan hebt.

********************************************************************************

 

16

 

Doe stap 13 t/m 15 ook bij de drie andere vellen.

 

O

17

Pak een snijplank en leg dit onder het gekleurde vel. Snijdt het grote rechthoek uit. Let op! De rand die overblijft moet helemaal aan elkaar zitten.

O

 

Laat zien wat je gedaan hebt.

********************************************************************************

 

18

 

Snijdt nu ook de rechthoeken uit de overige drie vellen.

 

O

 

19

 

Plak nu de lijsten op je schilderijen. En klaar is je vierluik.

 

O

 

Controle
-
Heb je de lijsten netjes uitgesneden?
O
- Heb je de lijsten netjes op je schilderijen geplakt?
O

-

 

 

Hoe zou je de schilderijen kunnen laten hangen?

 

 

O

 

 

20

 

Print een beoordelingsformulier uit en vul jouw gedeelte in.

 

O

 

We bekijken je werkstuk samen en maken de beoordeling af.