De praktijk

Lassen in de praktijk
Bij de las mag geen lucht komen omdat de las anders poreus en dus zwak wordt. Het schermgas verdringt de lucht. Waar gas is kan geen lucht komen.

Bij het lassen van een naad hebben we te maken met drie dingen:

De voortloopsnelheid
De stand van het laspistool
De voortlooprichting

Instellen van de spanning

Voor we kunnen gaan lassen stellen we de spanning in. Dit doen we met een knop op het lasapparaat. Als je de spanning verandert wordt de boog langer of korter. Als de spanning laag is krijg je een kleine booglengte. De breedte van de las wordt eveneens kleiner. De diepte en de hoogte van de las worden echter groter.

Zetten we de spanning hoger dan krijg je een grote booglengte. De breedte van de las wordt groter en de diepte en hoogte worden kleiner.

Mig-11a.jpg (19306 bytes)
Instellen van de draadsnelheid (en stroomsterkte)

Het instellen van de stroomsterkte gebeurt indirect door het instellen van de draadsnelheid. De lasdraad komt dus langzamer of sneller uit het laspistool. Dit noemen we de draadaanvoersnelheid.

Als de lasdraad langzaam naar buiten komt dan is de stroomsterkte laag. Komt de lasdraad snel naar buiten, dan is de stroomsterkte hoog.

Mig-11b.jpg (20306 bytes)
De voortloopsnelheid
De voortlooprichting is de snelheid waarmee het laspistool over het werkstuk beweegt.

Beweeg je het laspistool te snel, dan smelt het materiaal niet genoeg en hecht het niet goed aan elkaar. Beweeg je het laspistool te langzaam, dan bolt de las uit. De rand van de las heeft geen verbinding meer met het materiaal.

Ook aan het geluid tijdens het lassen kun je horen of de instellingen goed zijn.

Bij een regelmatig geluid is de lasboog rustig en regelmatig. Bij een knetterend geluid, dan moet de stroomsterkte lager of de spanning hoger worden ingesteld.

Mig-10.jpg (22866 bytes)
De stand van het laspistool
De stand van het laspistool moet ongeveer 75 tot 80 graden zijn t.o.v. de voorlooprichting.
De voortlooprichting
De richting waarin je het laspistool beweegt, bepaalt wat voor las je krijgt.

Je kunt in twee richtingen lassen namelijk trekkend of stekend.

Trekkend lassen

Bij trekkend lassen duwt de lasboog het vloeibare materiaal steeds iets terug.

Hierbij wordt de inbranding dieper en we krijgen een hogere en smallere las.

 

Mig-12.jpg (21827 bytes)
Stekend lassen
Bij stekend lassen duwt de lasboog het vloeibare materiaal voor zich uit.

Het smeltbad wordt groter en de inbranding minder diep.

We krijgen een bredere en vlakkere las. Er zijn bijna geen lasspatten.

Mig-13.jpg (22003 bytes)
© 2001

www.rustbuster.nl