|
1.
Bij mannen
De mannelijke kaalheid is een proces dat
zich bij vrijwel iedereen voor zal doen. Artsen maken wel onderscheid in
vroege (vóór het dertigste levensjaar) en late (vanaf circa het
vijftigste levensjaar) haaruitval.
Artsen stellen hun
diagnose aan de hand van onderstaande tekenen:
1. het patroon van haaruitval (zie ook onderstaande figuren)
2. de haarwortelzakjes verminderen enigszins in grootte
3. de duur van de groeifase neemt af
4. het aantal haren dat in de uitvalfase is neemt toe.
5. de haardiameter neemt af
6. de gewone haren worden in toenemende mate vervangen door donsachtig
haar.
Voor de persoon
zelf is een vermindering van de
haardichtheid op de kruin of bij
de
inhammen de duidelijkste aanwijzing voor de aanwezigheid van klassieke
mannelijke kaalheid. Er zijn verschillende patronen van kaalheid die het
verloop van de haaruitval aangeven. Zie ook figuur 1. Deze is gebaseerd
op de
classificatie van Hamilton/Norwood
.

Figuur 1.
Zoals in figuur 1
te zien is, blijft bij mannen altijd een hoefijzervormige rand (kransje)
haar over aan de zijkant en achterkant van de schedel.
2. Bij vrouwen
Na de menopauze
neemt de hoeveelheid vrouwelijke hormonen (oestrogenen) bij vrouwen
echter sterk af, waardoor zij verhoudingsgewijs meer mannelijke hormonen
hebben en het proces van haaruitval wordt versneld.
Bij vrouwen treedt
de kaalheid met name op aan de bovenzijde van de schedel. De voorste
haargrens blijft intact (zie figuur 2).

Figuur 2.Classificatie
van Ludwig Uit: The world of hair, dr. John Gray, 1997 4.
3.
Camouflage van de reeds opgetreden kaalheid
Afhankelijk van het stadium waarin de haaruitval zich bevindt, staan een
aantal camouflagetechnieken ter beschikking. De coupe (vorm en lengte)
van het haar en de kleur kunnen mede bepalen hoe erg een kale plek
opvalt. Vraag uw kapper om advies. Daarnaast kan het haar geheel of
gedeeltelijk worden vervangen. Dit is een techniek waarbij strengen (kunst-)haar
aan de nog aanwezige hoofdharen worden bevestigd. Ook
haarprotheses kunnen uitkomst
bieden.
|