geschiedenis van het toilet

Toilet Geschiedenis



Inhoud:

Grieken
Romeinen
Middeleeuwen
Religie
16e eeuw
18e eeuw
19e eeuw
20e eeuw t/m heden

Grieken

D
e Grieken waren hun tijd ver vooruit wat betreft de sanitaire voorzieningen.
In het paleis van Koning Minos waren de sanitaire voorzieningen dan ook al goed ontwikkeld. De toiletten bestonden uit een houten bril met daaronder een aardenwerken pot. De spoeling werd verzorgd door een buizenstelsel van klei.

Romeinen

Rome, de hoofdstad van het Romeinse rijk, was een miljoenen stad. Al die mensen produceerden heel wat afval. Daarom besloot het stadsbestuur openbare toiletten te bouwen. Legerkampen en zelfs restaurants hadden gemeenschappelijke toiletten. De zittingen waren naast elkaar gerangschikt boven een bak met stromend water. Er was geen toiletpapier, in plaats daarvan gebruikte men een spons op een stok. Deze werd na gebruik schoongemaakt in een geul met stromend water die door de toiletruimte liep. In de steden waren de toiletten op straathoeken gebouwd. Ze stonken en er waren veel vliegen, vooral in de zomer. Toch waren ze hygiënischer en plezieriger dan het alternatief: emmers met uitwerpselen en urine in elke bewoonde kamer.

Middeleeuwen

In de middeleeuwen kon hygiëne een zaak van leven of dood zijn. Als een kasteel of een stad belegerd werd, eiste de ziekte vaak meer levens dan de strijd zelf. Daarom werden in kastelen vaak veel toiletten gebouwd en diepe bronnen voor zuiver water. In de middeleeuwen werden de steden zonder rioleringen gebouwd en ook toiletten waren schaars. De mensen gebruikten 's nachts een po die op straat werd geledigd. Men had speciaal schoeisel om de schoenen te beschermen. Als men de pot op straat leeggooide riep men 'Gardy loo' wat zoiets betekende als 'pas op'.

"GARDY LOOOO!" : middeleeuwse prent
Pas tegen het einde van de Middeleeuwen werden aparte toiletten gebouwd in de hoop om van kastelen schonere en prettiger ruikende woningen te maken. In kastelen werden vaak de slotgrachten gebruikt om de uitwerpselen in te lozen. Kastelen, die geen slotgrachten hadden maakten gebruik van grote beerputten. In 1183 stortte de vloer van de grote zaal van Kasteel Efurt in Duitsland in. Keizer Frederik en zijn ridders vielen 12 meter naar beneden in de beerput, waarin velen verdronken.

Religie

De kloosters hadden veel toiletten nodig omdat er soms meer dan 100 mensen waren. Sommige beerputten die in de kloosters werden gebruikt bestaan nog steeds. Onderzoekers zijn zo meer te weten gekomen over voedsel en ziektes in de Middeleeuwen. De monniken gebruikten een urinaal om hun urine op te vangen. De urine die werd opgevangen, werd in grote vaten opgeslagen. De vaten met urine werden verkocht aan kleermakers en leerlooiers, die de ammoniak gebruikten om kwaliteitsproducten te fabriceren. Lerenvezels voor de stoffen  werden zachter gemaakt m.b.v ammoniaoplossingen. Ook werden de oplossingen gebruikt voor chemische reacties met kruiden en mineralen waardoor er duurzame verfstoffen ontstonden.

16e eeuw

De meeste mensen maakten zich er in de 16e eeuw niet druk om hoe ze van hun onlasting afkwamen. Koningin Elizabeth van Engeland echter wel. Haar hoveling, Sir John Haringston, vond het eerste spoeltoilet uit, de Ajax genaamd. Koningin Elizabeth die zeer schoon was, was er volgens de verhalen zeer tevreden over. De gewone mens leegde vaak de pot in de open haard 's ochtend. De mannen urineerde er ook vaak in. Dat klinkt misschien raar, maar het was wel hygiënisch omdat door de hitte van het vuur alle bacteriën gedood werden.

De Ajax

18e eeuw

In de 18e eeuw kwamen de lange zeereizen. Hygiëne was dan belangrijk omdat anders ziektes uitbraken aan boord van de schepen. De uitwerpselen van de bemanning en de passagiers werden gelijk in zee gedumpt. De wc's voor de bemanning waren in de boeg van het schip. De belangrijkere passagiers en de kapitein hadden aparte toiletten. Benedendeks hadden de onderofficieren ook nog gezamenlijke wc's.
Aan land werden de eerste spoel-wc's geïntroduceerd. In 1778 ontwierp Joseph Bramah een klep die een krachtige waterstroom produceerde; hij voegde ook de 'stankval' aan zijn toilet toe. Dat was het eerste toilet dat op het hedendaagse toilet leek.

19e eeuw

De rijken in de 19e eeuw gingen naar kuuroorden en bestelden wastafels en toiletten, terwijl de armen leden onder dodelijke ziektes die voornamelijk veroorzaakt werden door de slechte hygiëne. Rond 1830 kwam uit Azië een dodelijke ziekte: de cholera. Deze ziekte werd verspreid via riolen en vuil water. Tyfus was ook een ziekte die veroorzaakt werd door slechte hygiëne. Deze ziekte eiste veel slachtoffers. Eindelijk begon het tot regeringen door te dringen dat de ziektes alleen gestopt konden worden als er in elke grote stad rioolsystemen, openbare toiletten en drinkwaterpompen werden aangelegd. Vooruitstrevende fabrikanten als Thomas Crapper en John Doulton werkten ondertussen aan verbeterde afvoersystemen en spoeltoiletten.

20e eeuw t/m heden

De hygiëne is toegenomen maar andere problemen zijn ontstaan.  Wat doen we met onze ontlasting in de ruimte? Voor de opvang daar zijn ook allerlei technieken ontwikkeld. De toiletten in de ruimte worden daar 'afvalbeheersingscompartimenten' genoemd. Voor het urineren wordt vaak wat anders gebruikt: mannen en vrouwen gebruiken een trechter die bevestigd is aan een afvoer. De urine wordt in de ruimte gedumpt waar het bevriest en een ring van kristallen vormt rond het ruimteschip. Als ze een ruimtewandeling maken dan dragen ze 'faecaliënhouders' binnen in hun ruimtepak.

De mensen beseften ook dat ze een afval probleem kregen. Men ging daarom naar andere methoden zoeken waaronder het composteringssysteem. De uitwerpselen worden opgevangen in een put waar ze een jaar in blijven zitten. Na een jaar kan het als compost in de tuin worden gebruikt.