les 2. verschillende soorten magazijnen (deel 2)
Quiz
een winkel heeft 2 magazijnen:
- 1 groot magazijn voor de verkoop, 1 klein magazijn voor de producten die worden aangevoerd + emballage
- 1 groot magazijn voor de verkoop, 1 klein magazijn voor de emballage
- 1 klein magazijn voor de verkoop, 1 groot magazijn voor de producten die worden aangevoerd + emballage
een chipsfabriek heeft een magazijn.
In dit magazijn
- liggen de aardappelen, de kruiden, de verpakking
- liggen de aardappelen, de kruiden, de verpakking én de verpakte chips
- liggen de aardappelen
- liggen de aardappelen, de kruiden, de verpakking
de aardappelen, kruiden, verpakking ....
- zijn de onderdelen voor het eindproduct
- zijn het eindproduct
de zakken met chips zijn.....
- de onderdelen voor het eindproduct
- het eindproduct
de klanten in het magazijn van een productiebedrijf
- zijn interne klanten
- zijn externe klanten
- zijn interne en externe klanten
de interne klanten halen.....
- de aardappels, of de kruiden, of de verpakkingsmaterialen
- de zakken met chips
de externe klanten halen........
- de aardappels, of de kruiden, of de verpakkingsmaterialen
- de zakken met chips
in het kleine magazijn van een winkel worden
- geen goederen verkocht
- goederen verkocht
in het grote magazijn van een winkel worden
- geen goederen verkocht
- goederen verkocht
in een grootmagazijn
- komen alleen interne klanten
- komen alleen externe klanten
- komen interne en externe klanten