terug

 

dhr. Cremers, docent van klas 4 ( leerlingen in de leeftijd van 15-16 jaar) in het Praktijkonderwijs, geeft aan zijn klas "Cultuur en maatschappij". Om de lessen niet saai te houden en de leerlingen geen hapklare brokken voor te zetten, bedacht hij thema's zoals: "de auto en het milieu", "wat doen de banken met ons geld".
De leerlingen kiezen een thema  en moeten hierover informatie zoeken op internet. De informatie die zij zoeken, moet in een Wordverslag worden verwerkt, eventueel met een eindconclusie.

Vraag van dhr. Cremers en mij was: hoe zorg je er voor, dat leerlingen zelfstandig hun informatie kunnen vinden ?

stap 1:
We hebben samen enige webbased oefeningen ontwikkeld ("zoeken met Google", te vinden via de website van onze school), waarbij dhr. Cremers de powerpointoefeningen samenstelde en ik de .AVI filmpjes maakte.
"Zoeken met google" zijn 6 lessen, waarbij m.n. les 5 (zoeken met meerdere trefwoorden) van belang was.

6 weken achtereen, tijdens de les "cultuur en maatschappij", werd 1 webbased oefening "zoeken met google" gemaakt.
in week 7 werd de webbased toets gemaakt door de leerlingen.( toets is te vinden bij "zoeken met google")
Omdat de meeste leerlingen voldoende tot goed scoorden en plezier beleefden aan deze vorm van informatiewinning, durfden we verder te gaan.

stap 2:
stap 1 was geheel gestuurd door de oefening (c.q. de docenten die de oefeningen ontwikkelden).
In stap 2 moest het initiatief meer bij de leerlingen liggen:
ze mochten  zelf een onderwerp uitkiezen en daarover 5 vragen bedenken. Deze vragen moesten via google te vinden zijn.
Voor de bedenker kwam dus het proces:
denken: welke vragen kan ik stellen
doen: zoek de antwoorden via google.
nakijken: laat een andere leerling de antwoorden op jouw vragen zoeken. Als hij/zij de antwoorden (via Google)  vindt, heb je de juiste vragen gesteld.

Aan stap 2 zijn 3 lessen besteed. De eerste les hebben dhr. Cremers en ondergetekende samen geleid, omdat we veel vragen,onzekerheden verwachtten.
De vragen kwamen als snel: "wat moet ik vragen over mijn geboorteland Bosnië ?" "hoe hard kan een Mercedes?".

Aan het eind van de 1e les hebben dhr.Cremers en ondergetekende, tezamen met de leerlingen enige vragen geëvalueerd. Conclusie: de vragen moeten heel concreet zijn. Via Google vind je dan meestal het antwoord met 1 of 2 trefwoorden (Bosnië, inwoners / mercedes, formule 1).

In les 2 is dhr. Cremers sturend, begeleidend bezig geweest, terwijl de leerlingen vragen bedachten, en zelf controleerden of de antwoorden met de juiste trefwoorden te vinden waren.
(leerlingen moesten 5 vragen typen zonder antwoord, en onder de vragenreeks het antwoord plakken ) (enige vragenlijsten zijn via dit grassrootsproject te downloaden).

In les 3 was van elke leerling de vragenreeks (zonder antwoordbijlage) uitgeprint.
Iedere leerling kreeg 14 vragenstrookjes (in een klas met 15 leerlingen) en moest proberen, de antwoorden te vinden via google.

resultaat: de leerlingen die een vragenstrook kregen met concrete vragen, konden vrij snel het antwoord vinden.

stap 3:
Vervolg: de meeste leerlingen zijn daarna aan de slag gegaan met een van de thema's die dhr. Cremers heeft bedacht.
De leerlingen die niet in staat waren/zijn om de juiste trefwoorden bij concrete vragen te bedenken, kregen van dhr. Cremers eenvoudige opdrachten bijv. "zoek informatie over een type BMW of Mercedes").


J.Görtzen